Alles over je eerste triathlon

Elke geoefende triathleet kan het beamen: de eerste triathlon blijft je altijd bij. Of het nu gaat om het trainen voor de wedstrijd of de wedstrijd dag zelf. Speciaal voor alle nieuwe triathleten, en misschien ook wel voor de geoefende deelnemers, hebben wij een overzicht gemaakt van zaken waar je op moet letten. Zo weet je zeker dat je voorbereid je wedstrijddag in gaat.

Wedstrijdvoorbereiding

Bereikbaarheid
Om met de deur in huis te vallen: zorg ervoor dat je weet hoe je Triathlon Wijchen moet bereiken. Dat kan een boel spanning op de wedstrijddag schelen, zodat je optimaal aan de start staat. Natuurlijk zal op de wedstrijddag de nodige beweging van autoverkeer zijn met zowel mede-atleten als toeschouwers, die ook een plek zoeken voor hun auto of fiets. Zorg dat je op onze site goed kijkt waar je je auto kunt parkeren. Op de wedstrijddag zelf zullen we dit ook in de omgeving aangeven en zullen vrijwilligers je hierin begeleiden. Er is in de directe omgeving voldoende parkeergelegenheid, maar het is aan te bevelen hier wel wat extra tijd voor in te plannen.

Wedstrijdreglement
Belangrijk is ook om van tevoren het wedstrijdreglement te hebben bekeken. Zo begrijp jij meteen wat er van jou en andere triatleten wordt verwacht, zodat het voor iedereen een mooie wedstrijddag is.

Kledingkeuze:

Om zo snel mogelijk over de finish te komen, wil je zo min mogelijk tijd besteden aan de wissels. Afdrogen en uitgebreid omkleden zit er tussendoor dus niet in. Kies je kleding daarom zo dat je alle drie de onderdelen in dezelfde set kleding kan doen. Speciaal voor triatlon zijn er trisuits te koop. Dit is een compleet pak dat niet uit losse delen bestaat. Het materiaal droogt daarnaast snel, waardoor je na het zwemmen spoedig droog bent. Het pak sluit nauw aan zodat je in het water weinig weerstand hebt. Verder zit er een dunne zeem in. Daarmee heb je enig comfort op de fiets, maar deze is zo dun dat je er geen last van hebt met het hardlopen. Op de rug zitten zakjes voor als je voeding mee wil nemen onderweg. Het gemakkelijkste is dus zo’n suit te kopen of te lenen. Er zijn ook tweedelige sets bestaande uit een korte of lange top en broek.

Heb je geen trisuit? Probeer dan kleding te vinden waarin je zowel kunt zwemmen, fietsen en lopen. Kies bijvoorbeeld voor een strakke hardloopbroek, daarin kan je zwemmen, fietsen en lopen. Je kunt daaronder je zwembroek of badpak aantrekken. Als het koud is kan je bij je eerste wissel een fiets- of loopshirt klaarleggen dat je over je zwemkleding aantrekt. Je kan er ook voor kiezen om je loopbroek pas in de eerste wissel aan te trekken, maar realiseer je dat je met natte benen uit het water komt, en dat het aantrekken van een broek moeite kan kosten (hetzelfde geldt trouwens voor een shirt. En voor de dames: trek zowel onder je badpak als onder je trisuit een sportbh aantrekken. Dat is vooral tijdens het lopen prettig.

Qua schoenen kan je kiezen voor aparte loop- en fietsschoenen. Als je geen clickpedalen op je fiets hebt, kan je ook met je hardloopschoenen fietsen. Dat scheelt vervolgens weer tijd met wisselen, wat natuurlijk mooi is meegenomen.

Materiaal

Qua materiaal kan je het zo gek maken als je zelf wil:

Zwemmen:

bij het zwemmen kun je gebruik maken van een wetsuit. Als het water kouder is dan zestien graden Celsius, kan dit zelfs verplicht zijn. En als het water te warm is (meer dan 22 graden) is een wetsuit juist niet toegestaan. De Nederlandse Triathlon Bond heeft hier duidelijke richtlijnen voor. Desondanks is de verwachting dat in juni met een wetsuit kan worden gezwommen. Het voordeel van een wetsuit is dat je beter warm blijft en de meeste mensen zwemmen hier iets makkelijker mee. Behalve als je schoolslag zwemt, dan zwemt een wetsuit niet zo comfortabel. Een zwembril is in buitenwater wel erg handig om te gebruiken.

Fietsen:

je mag met alle soorten fietsen meedoen. Een stadsfiets, mountainbike of racefiets; het kan allemaal! Wel zal je met name bij de ‘concurrenten’ racefietsen zien.

Lopen:

voor het lopen kan je ervoor kiezen om elastieken veters in je loopschoenen te doen. Hierdoor kan je je schoenen makkelijk aan en uittrekken. Je hoeft geen veters meer te strikken.

Ten slotte het allerbelangrijkste: laat je niet afleiden door al het (professionele) materiaal van een ander. Je doet mee voor jezelf. Dat professionele materiaal kan je natuurlijk altijd nog aanschaffen als je vaker triathlons wil doen.

Inpakken

Pak de avond voor vertrek je tas in. Let goed op dat alles er in zit:

  • Sportkleding
  • Kleding voor naar afloop
  • Loop- en fietsschoenen
  • Helm (verplicht)
  • Zonnebril
  • Sportdrank en voeding voor tijdens de wedstrijd
  • Wetsuit (soms verplicht)
  • Voeding voor vooraf en na de wedstrijd
  • Zwembril en een badmuts (badmuts krijg je van de organisatie)
  • Startnummerband of stuk elastiek
  • Veiligheidsspelden
  • Eventueel een chip
  • Wedstrijd- en route-informatie
  • NTB-pas (als je lid bent)
  • Geld
  • Check of je balhoofd geen speling heeft, je ligstuur vast zit en je remmen het doen
  • Pomp en plaksetje

Loop ’s morgens je tas nog even door. Een handig hulpmiddel bij de controle is de dag in je hoofd door te lopen.

Wedstrijddag

Je komt aan bij de wedstrijd. Ga je startnummer ophalen bij Restaurant Hoogeerd. Houd de site in de gaten om te zien op welke momenten je je bij de inschrijfbalie kan melden. Neem je NTB-pas mee als je die hebt. Bij het inchecken krijg je diverse materialen die je nodig hebt. Specifiek voor de wedstrijd zijn vier dingen van belang:

  • Startnummer.
    Maak deze vast op een startnummerband. De startnummerband is een elastische band die je om je middel doet. Deze band moet je zelf meenemen.
  • Stickers met je startnummer.
    Plak deze sticker op je achterste remkabel of om de zadelpen.
  • Badmuts.
    Deze moet je op met het zwemmen.
  • Chip.
    Deze doe je om je linker enkel zodat deze niet met het fietsen tussen je tandwielen kan komen. Vanaf het begin bij het zwemmen heb je de chip al om.

Inchecken wisselzone
Op de dag van de wedstrijd ga je je spullen klaarzetten in de wisselzone. Als je de wisselzone ingaat, moet je je fiets laten checken. Bij de check is het belangrijk dat:

  • Je je helm op hebt, en riempje dicht zit
  • Startnummer kan laten zien
  • De Chip om je enkel zit

Je fiets wordt gecontroleerd. Zitten er stuurdoppen op? Alles goed aangedraaid? Werken de remmen? Je fiets moet ‘veilig’ verklaard worden om mee te mogen doen.

Spullen klaarleggen in de wisselzone

Neem je tijd in de wisselzone en leg al je spullen klaar. Let er trouwens op dat je geen andere deelnemers in de weg loopt. Het kan zijn dat andere deelnemers al zijn gestart.

  • Zoek je startnummer op de rekken. Hang je fiets aan het rek. Hang je zadel aan de stang.
  • Zorg dat je fiets in een lichte versnelling staat, daarmee kan je straks makkelijk wegfietsen.
  • Zorg ervoor dat je bidons op je fiets zitten. Gevuld en al.
  • Ook handig: zet je fiets teller op 0. Dan weet je tijdens de wedstrijd precies hoe ver je al bent.
  • Leg een handdoekje klaar, met je fiets en/of loopschoenen ernaast. Zodat je je natte voeten na het zwemmen kan afvegen/drogen en daarna direct in je schoenen kan. Sommigen kiezen ervoor om zonder sokken te fietsen en lopen. Als je dit ook wil, is het goed om dit eerst een keer te trainen. Zodat je niet voor verrassingen (lees: blaren) komt te staan tijdens het sporten.
  • Zorg ervoor dat je veters of klittenband van je schoenen los zit, zodat je er direct in kan met je voeten
  • Leg je helm klaar. Door hem op de kop te leggen en de riempjes open. Zodat je hem direct op kan zetten.
  • Leg eventueel een fietsbril ernaast
  • Ook je startnummer band kan je klaarleggen zodat je hem direct om doet.
  • Zwem je trouwens met wetsuit aan, dan kan je de startnummerband ook alvast onder de wetsuit aantrekken.

Als je spullen klaarliggen ga je je oriënteren in de wisselzone

  • goed op te letten waar je je fiets hebt neergehangen. Je komt straks uitgeput van het zwemmen het PF inlopen en het enige dat je dan ziet is rijen fietsen. Neem dus een markeringspunt. Een boom, het zoveelste rek, of iets waardoor jij heel snel naar je fiets toeloopt en er niet voorbij loopt.
  • goed te kijken naar waar je de wisselzone binnenkomt van het zwemmen, en waar je er weer uit moet voor het fietsen. Doe hetzelfde voor de fiets-/loopwissel.

De wedstrijd

Je hebt alles klaar gezet in de wisselzone, tijd om nog even te plassen, en dan nog wachten tot je mag starten. Het kan slim zijn om een uur voor de start nog een banaan te eten.

Start
Zorg ervoor dat je je chip om je linker enkel vast hebt gemaakt. Hiermee wordt je tijd geregistreerd. Je houdt de chip gedurende de hele triatlon. Tijdens de triatlon zie je matten liggen waarover je heen loopt en fiets, en zo worden tussentijden geregistreerd.

Loop 10 minuten voor het begin van de briefing naar het strandje. Hier zal je de laatste uitleg ontvangen. Ondertussen een beetje gespannen? Dat hoort er alleen maar bij!

Alle deelnemers van dezelfde startserie starten vanaf dezelfde plek, de ¼ en 1/8 in het water en de 1/16 vanaf het strand. Kijk nog even op de websiten naar het zwemparcours. Doe je badmuts en zwembril op.  Doe je zwembril onder je badmuts, mocht iemand je aanraken tijdens het zwemmen, dan ben je de bril niet kwijt. Zwem indien mogelijk nog even in. Als je het startschot hoort, mag je van start!

Het zwemmen
In het zwembad ging het borstcrawlen misschien best aardig, maar zwemmen in een plas is anders. En je ligt daar ook nog eens met z’n allen tegelijk. Handig om te weten:

  • Je mag elke slag zwemmen die je wil. Je mag borstcrawl en schoolslag ook afwisselen.
  • Als je geen geoefende zwemmer bent: laat je vooral niet van de wijs brengen door al die andere mensen in het water. Blijf aan de achterkant en aan de buitenkant bij de start en kies je eigen lijn. Zo voorkom je ‘tikken’ van anderen.

Eerste wissel
Ren het water uit. Je voelt je misschien even gedesoriënteerd, je hebt tenslotte net hard gezwommen. Trek je badmuts en bril alvast af. Heb je een wetsuit aan? Trek hem direct al halverwege uit tijdens het rennen. Hoe natter het pak, hoe makkelijker het uittrekken is. Moeilijkste gedeelte van het wetsuit is het over de enkels uittrekken, maar je kan gerust met je voet op het pak gaan staan en hem zo snel uittrekken.

Loop naar je fiets. Nog onthouden waar hij staat? Zet je voeten op het handdoekje, en trek daarna je schoenen aan. Startnummer om (nummer op je rug). Helm op, riempje dicht. Eventueel een fietsbril op (vooral in de zomer aan te raden vanwege vliegende insecten). Fiets pakken en wegrennen. In deze volgorde. Je mag nog niet fietsen. Ren met je fiets naar de uitgang van de wisselzone, pas als je eruit bent en over de balk/lijn bent, mag je op je fiets springen en fietsen. Er wordt duidelijk aangegeven waar dit mag.

Fietsen
De opdracht is simpel: zo snel mogelijk fietsen, en daarbij nog wel energie over laten voor het hardlopen. Krijg je een lekke band of ander fiets pech? Je moet je eigen boontjes doppen. Hulp is uit den boze. Handig dus als je een plaksetje op je fiets hebt zitten. Houd tijdens het fietsen goed rechts. Het zijn 6, 3 of 1 ronde(n). Het is een heen en weer parcours met voldoende ruimte. Bij de keerpunten goed opletten. Beter een seconde langzamer en gezond over de finish, dan… Mocht je willen inhalen dan doe je dat altijd links. Net zoals in het normale verkeer.

Nog een ander belangrijk regeltje: je mag niet direct achter iemand fietsen. Je mag niet profiteren van de wind die je voorganger voor je tegenhoudt. Dat noemen we ook wel stayeren. Officieel: "Stayeren is het zodanig kort achter iemand fietsen dat diegene je uit de wind houdt en je zo minder weerstand of zelfs een aanzuigende kracht ervaart. In een triatlon is sprake van stayeren als je binnen een afstand van 12 meter – zo’n zes á zeven fietslengtes – van je voorganger fietst. Dus je moet het echt alleen doen. Anders wordt je gediskwalificeerd. Óf je krijgt een blauwe kaart.

Een blauwe kaart betekent dat je straf krijgt. Een jurylid die op de motor zit kan jou deze blauwe kaart geven als je stayert. Krijg je die blauwe kaart? Dan moet je aan het einde van je fietsronde wachten in de penaltybox. Handig als je voor de wedstrijd weet waar de penaltybox is. Het is namelijk je eigen verantwoordelijkheid om naar de penaltybox te gaan en hier je straf uit te zitten. Afhankelijk van je afstand moet je een aantal minuten wachten in de penaltybox voordat je verder mag.

Wisselen
En daar komt de tweede wissel. Afstappen voor de balk/lijn. Onthoud ook hier weer: je helm mag pas af, je riempje pas los, als je je fiets hebt weggezet. In de wisselzone mag je niet fietsen, dus je moet weer een stukje met je fiets lopen. Wissel eventueel schoenen en ga door met het laatste onderdeel. Verplaats je startnummer van je rug naar je buik. En ga lopen.

Lopen
Je moet alleen nog lopen. Onderweg vind je waterposten om je van water te voorzien, dus het is niet nodig om water mee te nemen. Wel kun je eventuele voeding, zoals sportgelletjes, meenemen. Het is handig als je deze van tevoren al klaarlegt bij je plek. Ook het lopen is een heen en weer parcours.

Trio’s

Daarvoor geldt hetzelfde, alleen heb je andere wissels. De fietser en loper doen beide de startnummers op. De zwemmer pas op het einde bij het gezamelijk lopen over de finish.

Van zwemmen naar fietsen
De fietser staat klaar in de wisselzone in het wisselvak direct bij binnenkomst in de wisselzone. Spreek met elkaar af hoe je elkaar herkent, want straks staan er meerdere andere atleten, en dan zie je elkaar niet snel. De zwemmer loopt naar de fietser toe. Haalt zijn chip van zijn enkel en geeft deze over aan de fietser. De fietser maakt deze vast aan zijn enkel en pakt zijn fiets. Ook hier geldt: eerst helm/bril op, daarna pas de fiets pakken. De zwemmer die achter blijft let natuurlijk goed op andere atleten en loopt niet in de weg!

Van fietsen naar lopen
Hier gelden dezelfde regels als voor individuele deelnemers. Eerst fiets wegzetten, daarna pas helm/bril af. Loop weer naar het wisselvak waar de eerdere wissel ook plaatsvondt. Haal de chip van de enkel en geef deze door aan de loper. De loper maakt de chip weer vast aan zijn enkel en gaat de ronde lopen.

Samen finishen
Samen lopen jullie de laatste 100 meter tot aan de finish als trio. Doe allemaal je startnummer op. De zwemmer en/of fietser verzamelen op 100 meter voor de finish. De zwemmer en/of fietser kunnen wachten op het gras (zone 100 meter voor de finish) langs het parcours. Op het moment dat de loper eraan komt, loop je samen de laatste meters.

Voeding tijdens de wedstrijd

Voor een 1/8e triatlon is aanvullende voeding tijdens de wedstrijd eigenlijk niet nodig. Ook voor een kwarttriatlon kunnen veel atleten zonder aanvullende voeding. Dit is voor iedereen verschillend. Wacht niet af tot de wedstrijd om hier zelf mee te experimenteren. Welke voeding valt goed? Wat heb je zelf nodig, wat smaakt goed voor jou?

Tijdens de wedstrijd verzorgen wij sponsen, water en dorstlesser tijdens het lopen. Bij het fietsen moet je zelf voor het drinken zorgen.

Vragen?

Schroom niet om ons een bericht te sturen. We helpen je graag!

 

(Tekst geplaatst met toestemming van Triathlon Rosmalen)


Afdrukken